vrijdag 24 juni 2016

terug naar de pijpenla


Ik zit alweer een poosje in mijn oude huisje in de bloemekenswijk. Een paar kinderen rijker, een man armer, maar eindelijk weer gelukkig. 
Ik dacht dat ik mijn huis in goede handen had gelaten toen ik ging co-housen, en dat bleek een vergissing. Na alle relationele ellende, was het een harde dobber om een vuil en beschadigd huis terug te krijgen. De eerste week na mijn verhuis heb ik voortdurend gehuild en gewerkt alsof de duivel me op de hielen zat. 
Joris, Frieda, Sofie, Frank, Sebastiaan, Maarten, Lisa, Bart, Sharon, Henny, Koen, Tim en Hicham hielpen en hielden me overeind.
Toen ik mijn kinderen hun nieuwe huis toonde, mocht ik trots zijn. Wat ik wou, mijn kroost een veilig warm nest schenken, was gelukt. Ze vonden hun kamer prachtig en waren in hun nopjes met het elfendorpje dat Sofie voor ze had achtergelaten en de barbies die Maarten had gegeven. Als klap op de vuurpeil stond de buurvrouw voor de deur met roze cupcakes, net als in de film. 
Daarna moest ik even bekomen. Ik trok me niets aan van de tuin, maar toen de lente kwam, begon het weer te kriebelen. In het tuincentrum vond ik een grasmaaier die net in de bak van mijn fiets paste. Ik verplantte het buxushaagje en wiedde de borders. Er ging een massa dahlias de grond in waarvan er geen enkele uitkwam en degene die ik als plantje kocht werden prompt door de slakken opgevreten net als de salvias en lupines. Gelukkig lieten de slijmerds het meeste van de vaste planten met rust en kijk ik nu weer aan tegen een weelderig groen stadstuintje. 
Nu het opnieuw toonbaar is, heb ik ook de lust terug gevonden om deze blog nieuw leven in te blazen. Volgt u nog? Blij u weer verslag te kunnen doen vanuit de pijpenla.